Nieuwe publicatie

'Omgaan met dyslexie; sociale en emotionele aspecten', een volledig herziene uitgave
OCRN-orthopedagoog en neerlandicus Jan Hindrik Loonstra en onderwijspsycholoog Tom Braams (Braams & Partners) vormen de redactie van het nieuw verschenen boek dat is uitgegeven door Garant Uitgevers te Antwerpen/Apeldoorn.
Aan het boek heeft ook OCRN-klinisch linguist Astrid Menninga een belangrijke bijdrage geleverd, zowel inhoudelijk als redactie-technisch.
Van OCRN-medewerker drs. Jan Hindrik Loonstra MSc en drs. E.D. van de Vegt (red.) verscheen eerder: 'Stille leerlingen zeggen veel; omgaan met leerlingen die lijden aan depressies, angsten, fobieen, trauma's of eetstoornissen; Garant Uitgevers te Antwerpen/Apeldoorn, 2005.
Inleiding van 'Omgaan met dyslexie; sociale en emotionele aspecten'
‘Weet je eigenlijk wel wat dyslexie met je doet?’, zo vroeg een geëmotioneerde studente aan Jan Hindrik Loonstra tijdens een college over dyslexie. Indringend vertelde zij hoe dyslexie van invloed was op haar leven op school, thuis en ook nu tijdens haar studie. Ze schetste het onbegrip van de sociale omgeving, haar schaamte en frustraties en de voortdurende hulp van haar moeder. Medestudenten luisterden geboeid naar sociale en emotionele aspecten van dyslexie. Haar ‘college’ vormde het startpunt van het in 1999 verschenen boek ‘Omgaan met dyslexie: sociale en emotionele aspecten'. In het boek kwamen twee totaal verschillende wegen samen: de ervaring van de dagelijkse realiteit van begeleiding en docentschap ging een verbintenis aan met de psychotherapeutische kijk op sociale en emotionele problemen. Samengevoegd leidde dit tot aandacht voor sociale en emotionele aspecten rond dyslexie: hoe dyslexie een kind, puber en volwassene kan raken, op welke wijze de omgeving ermee om kan gaan en hoe de interactie van de betrokkenen het probleem dyslexie beïnvloedt. In 2010 is de volledig herziene versie verschenen van dit studieboek dat op veel opleidingen in Nederland en Vlaanderen wordt gebruikt.
Leesproblemen kunnen een bron zijn van onzekerheid, frustratie en gevoelens van minderwaardigheid. Wanneer de leerproblematiek niet tijdig wordt onderkend, kan het kind afweermechanismen ontwikkelen, die niet zelden verkeerd worden uitgelegd door de leer- en leefomgeving: ‘Hij is lui, toont weinig inzet…’ Afweermechanismen kunnen door de leerling worden ’gebruikt’ bij passieve gevoelens van onbehagen, bijvoorbeeld als leerdoelen niet worden gehaald vanwege het dyslexieprobleem. We kunnen dan denken aan concentratieproblemen, ‘machogedrag’, het terugtrekken in eigen schulp of het als het ware ontkennen van de problematiek.
Om het kind, de puber of volwassene met dyslexie adequaat te kunnen begeleiden, is het van belang dat de leer- en leefomgeving (of werkomgeving) van meet af aan op de hoogte is van de van de ernst van de leerproblematiek en de impact ervan op het dagelijks functioneren. Dit vergt een inspanningsverplichting van het dyslectische kind, de puber of volwassene én van zijn omgeving. De betrokkenen dienen te beseffen dat dyslexie een zeer complex probleem is dat niet alleen lees- en spellingproblemen als gevolg heeft, maar ook flinke consequenties kan hebben voor de ontwikkeling en voor het welbevinden van kinderen, pubers en volwassenen. Juist over deze gevolgen gaat dit boek.
|